Interview met Mila Fertek ter gelegenheid van haar nieuwe bundel Antipode.
door Maya Lensink
Lensink: "Mila, dit is wel een unicum dat ik jou te spreken krijg. Ik heb hier voor me, om maar meteen met de deur in huis te vallen, de bundel die destijds insloeg als een bom "Het fijne leven dat mij wacht."
Mila Fertek lachend: "Dat je daar nog een exemplaar van hebt.."
Lensink: "Ja, ik had er gelukkig nog een in mijn bezit. Het is gedrukt, even kijken, 2006. Er is dus een kleine twintig jaar verstreken. Je was zeventien toen je het schreef en achttien toen het werd uitgegeven. En nu dan deze nieuwe bundel: Antipode ; heimwee naar wie ik nooit ben geweest."
Fertek: "Nou er zitten nog een paar bundels tussen, he. Latere overtuigingen en inzichten en Licht"
Lensink: "Ja, dat klopt. De titels klinken al als aanloopjes naar deze nieuwe bundel, want als ik de titels naast elkaar leg, valt mij een vermakelijke lijn op, die tevens wat ontnuchterend aan doet. Er zit er iets in van.. de dingen zijn niet gegaan zoals ik dacht. Ik ben niet geworden wie ik dacht te worden.. Klopt dat?"
Fertek: "De dingen gaan altijd anders dan je denkt, anders zou het leven geen verrassing meer zijn. En dat begreep ik toen ook al. De motto's die ik indertijd koos, zeggen dat eigenlijk ook."
Lensink: "Ja, je hebt toen een uitspraak van Emmanuel Kant opgenomen. Dat is al heel opmerkelijk voor een meisje van zeventien. "Er kan geen twijfel over bestaan, dat alle kennis begint met ervaring." En die had je niet, ervaring."
Fertek: "Nee, de ervaringen in mijn tienertijd hadden nog veel met de buitenkant te maken. Je denkt dat je jezelf ontdekt en de wereld, maar het is heel beperkt. Het gaat over hoe je je verhoudt tot anderen. Je hanteert de bekende maatstaven zoals intelligentie, afkomst, beauty, vaardigheden enzovoort. En je leert over hoe karakters er uit kunnen zien. Daardoor wist ik wel dat ik goed bedeeld was door het leven. En ik waande me in de zekerheid dat het me zou helpen om door het leven te komen."
Lensink: "En dat heeft het niet gedaan? Het feit dat je een mooie, intelligente, zeg maar begeerlijke vrouw bent, heeft je niet geholpen?
Fertek: "Dat heeft het zeker, in die zin, dat het me de gelegenheid gaf, om verder te graven. Ik had genoeg ruimte en middelen om me de luxe te permitteren, überhaupt te kunnen stilstaan bij bepaalde levensvragen. Maar ik geloof niet dat het leven zoveel eenvoudiger werd. Het was voortdurend opletten geblazen. Je krijgt met je zogenaamde schoonheid en intelligentie tools in handen, die best wel gevaarlijk kunnen zijn. De drama's die er door gegeneerd kunnen worden, zijn misschien van een andere samenstelling dan die van een doorsnee mens, maar niet minder heftig. Integendeel. Alles moet je voortdurend met wijsheid zien te balanceren.
Lensink: "Maar het lijkt me toch dat je minder moet sappelen, dat bewondering bijvoorbeeld een stukje rust en blijheid met zich meebrengt of vergis ik me?"
Fertek: "Ook dat is betrekkelijk. Wie de liefde en dan bedoel ik liefde in algemene zin, makkelijk kan opwekken, mist de diepe zekerheid, dat hij echt wordt liefgehad voor de juiste redenen. Zodra liefde vermengd wordt met bewondering en begeerte, krijgt die liefde ook iets betrekkelijks. En in hoeverre heb jij eigenlijk iets te maken met die liefde van die ander. Uiteindelijk gaat het om wat die ander er aan heeft, in het jou bewonderen. Je gevoel lief te hebben is je uiteindelijke beloning. Dus ik moet zeggen, dat ik mijn schouders een beetje ophaalde over al dat zogenaamde bevoorrecht zijn. "
Lensink: "Ja, je kan moeilijk jezelf er voor op de borst slaan. Alles wat je hebt, heb je gekregen. Zoiets?"
Fertek: "Nu ja, wat ik wel geleerd heb, is dat het er om gaat wat je er mee doet. Dat je steeds kijkt wat wijsheid is. Dat je je eigen karakter staalt. Dat je die discipline zelf hebt en niet door de omstandigheden van het leven als het ware gelouterd hoeft te worden."
Lensink: "Zo klinkt het of de zeven vinkjes, gezond, intelligent, mooi etcetera eerder een verzwaring zijn dan een privilege."
Fertek: "Het is een privilege want boven op de berg, zie je pas het uitzicht. Als je alles hebt, wat je hartje begeert, dan pas kun je tot de conclusie komen dat je niets hebt."
Lensink: "Wacht even, als je alles hebt, zie je dat je niets hebt..?"
Fertek: "Zolang je bezig bent met verlangens inwilligen, verlangens op allerlei gebied, is je aandacht daar op gefocust. Je merkt dus niet dat je diepste ware verlangen iets immaterieels is. Wat je werkelijk wilt, is je daadwerkelijk en totaal aangesloten voelen op het netwerk dat universum heet, met al zijn mysterieuze lagen, terwijl je toch een autonoom vrij mens blijft. Maar wie daar te bezig voor is, voelt de noodzaak niet, die behoefte te voelen. Je bent bezig met een dak boven je hoofd en ja, na een tijdje, moet daar wel een autootje bij. Dan een zwembad in de tuin. Verlangens komen altijd steeds groter terug. Dat gaat ver hoor. Een tweede zwembad, een derde villa. Er zit wat dat betreft geen eindpunt aan. Geen punt van permanente bevrediging. Dat punt bestaat niet, tenzij je het zelf een halt toeroept. Dat is het principe waarop onze hele economie is gebaseerd."
Lensink: "Dat klinkt diep, netwerk van het universum, maar ook een beetje vaag. Je bedoelt tussen aanhalingstekens de Bovennatuurlijke Intelligentie, die de existentie van ons universum mogelijk heeft gemaakt?
Fertek: "Als counteract van AI bedoel je, ha ha! Hoe ik het moet noemen, weet ik niet. Helaas is het woord God in ons collectieve onderbewustzijn behoorlijk gehavend, door alle religies en figuren, die de waarheid claimen. Daar is iedereen terecht heel huiverig voor. Maar het kan toch niet zo zijn, dat ze het concept God gekaapt hebben en de mens dus nergens met meer met zijn vragen naar toe kan.
Lensink: "De bundel Antipode schuurt langs die vragen."
Fertek: "Als je bedoelt dat de hoofdfiguur haar eigen bestaan en handelen tegen een existentiële lamp zet, wel. Het woord antipode betekent hier "tegenvoeter". De
hoofdfiguur als kroongetuige van haar eigen leven, wordt letterlijk door een antagonistisch deel overgenomen. De hoofdpersoon krijgt daardoor de afstand om dingen van zichzelf te zien als
ook haar interactie met anderen en dan komen de vragen. Zij wordt als het ware, door die vreemde, die tegelijkertijd niets meer of minder dan zijzelf is, haar eigen antipode en wordt daarmee tot
uiterste objectiviteit gedreven.
Lensink: "Ja, dat is zo fascinerend aan deze bundel. Het is alsof een soort afstandelijk geweten zichzelf aan het beschouwen is, niet langer vervlochten was met de existentiële
ideeën die zo een geweten gewoonlijk heeft. En paradoxaal genoeg maakt dat hetgeen ze denkt, zo herkenbaar. Wij mensen vragen in ons onbewuste voortdurend dezelfde dingen af.
Ze heeft het ook trouwens vaak over ontwaken. Dat maakt het heel spannend. Ik citeer:
Ik voelde mij alsof ik op het punt stond te ontwaken.
Er was nog slechts weinig dat mij daarvan weerhield
Ook dat voelde ik
Echter hoe de grens over te gaan van duisternis naar licht
Bleef nog even naar ik zeker wist te menen
Onbekend
Fertek: "Dat gaat natuurlijk over een soort verlichting, die ze elk moment verwacht. Wie zich bewust is, dat hij nog in het duister tast, heeft als ware al het inzicht ontwikkeld dat er meer moet zijn. En zij beseft dat alles om haar heen de volle werkelijkheid niet is. Doordat ze zo vervreemd is van haar eigen ego, haar eigen ik, treedt ze uit haar eigen manier waarop ze gewoonlijk het leven beziet. En opeens weet ze niet meer, wie of wat dan wel degene is, die haar doet handelen. Dat zie je aan hoe het gedicht verder gaat."
Ik stond op om de gordijnen te openen
Wat ik zag was niet zichtbaar
Noch besefte ik dat ik was opgestaan
Teneinde de gordijnen te openen
Lensink: "En van uit die staat van zijn, begint ze zichzelf te beschouwen. Valt haar innerlijk wel helemaal samen met die glimlach als ze spreekt. Bestaat het vertrouwen in anderen dat ze lijkt te hebben als ze in gezelschap is, wel?"
Fertek: "Ja precies! Ze ontleedt zichzelf op volkomen neutrale wijze. En ontdekt dan dat veel met coping te maken heeft. Er zit in diepste wezen een heel ander mens aan het stuur dan zijzelf!
Lensink: "Dat is heel herkenbaar. Dat hebben we dus allemaal!"
Fertek: "Ja, we zijn ontzettend geconditioneerde apen. Dusdanig getraind in omgangsvormen en gewetenskwesties dat we geen contact meer hebben met onze ware gevoelens. Tegelijkertijd is er ook die andere kant van ons die wil handelen, die wil kunnen zeggen, kijk, dat heb ik gedaan. Die zich voortdurend met anderen vergelijkt. Daar kijkt de hoofdpersoon ook genadeloos naar:
NIEMAND WILLEN ZIJN
Al hetgeen ik nastreef is tot mislukken gedoemd
Uiteindelijk heb ik daar enig geluk in gevonden
Onkwetsbaar geluk
Dat ik uiterst zorgvuldig bewaar in de schrijn
Van mijn immer zwak verlicht bewustzijn
De avond van de dag waarop ik besloot iemand te zijn
De donkerste avond van mijn leven
Is ergens in mijn verleden zoekgeraakt
Toen
Eens
Daar
Is iets geboren
Dat ik niet voor ogen had
Iemand die ik niet wilde zijn
Lensink: "Ja mooi. Hoewel er niet veel mensen zullen zijn die dit letterlijk zullen denken, heeft iedereen daar mee te maken, denk ik zo en zullen ze dit gevoel herkennen. Dat knagende gevoel dat je nooit zelf helemaal de touwtjes in handen hebt. Je wilt jezelf wel manifesteren, maar je neemt een enorm risico. Want er zijn veel factoren die je helemaal niet in de hand hebt. En intelligente mensen zeggen dan, beter niemand willen zijn."
Fertek: "Nu ja, als we dat allemaal zouden doen, zou alles in elkaar storten. Niemand zou het land nog willen besturen of dokter willen worden. We hebben allemaal die drive nodig. Het gaat er om dat je je nietigheid bewust bent en toch in het minuscule wat je doet, actief kunt zijn. En welke vernedering schuilt er eigenlijk in het mislukken? Wie mislukt er en wie voelt zich vernederd als je zoals de hoofdpersoon buiten jezelf kan staan. Niemand. Het is een theater."
Lensink: "Shakespeare! ha ha. We gaan hier niet alle gedichten verklappen, maar het zijn stuk voor stuk juweeltjes. Ja, kijk niet zo. Mila, ik begrijp werkelijk niet hoe iemand zulke diep menselijke bestaanskwesties, op zo een schijnbaar eenvoudige manier, zo raak kan beschrijven. In bijna eenlettergrepige woorden welhaast:
Mijn zijn is niets
Dan eeuwigheid in wording
Fertek: "Dank je wel, maar om in het thema van de bundel te blijven, de woorden werden buiten mij om geschreven."
Lensink: "Met ietwat hulp van twintig jaar ervaring en meesterschap."
Mila kijkt om zich heen of ze iets zoekt. Het wordt tijd dit interview af te ronden en op iets sterkers dan thee over te gaan.
Odile Schmidt leest Mila Fertek
Reflecties op de nieuwe bundel van Mila Fertek
Antipode : Heimwee Naar Wie Ik Nooit Was
Antipode lezen verwart mij terwijl het glashelder is geschreven en Mila Fertek zichzelf nietsontziend fileert. Dit komt door haar opmerkelijke uitspraken over zichzelf, over haar vijanden, waarvan ze de naam vergeten is, over een gesprek met een serveerster. Alle gedichten ademen eenzelfde sfeer uit, ik zit op het puntje van mijn stoel, maar kan er net niet bij. Het brengt mij op gedachten hoe dat bij mij zit. Neem ik mijn gedachten serieuzer dan Mila? Is dat terecht? Hoe zit het tussen mijn vrienden en ik? Het motto van de bundel licht een tipje van de sluier op. Overigens de bundel lijkt te gaan over de sluier tussen de uiterlijke ik en de innerlijke ik. Dat kan confronterend zijn, toch de taal is dat niet. De taal van Mila is zorgvuldig, afgewogen, harmonieus, helder, evenwichtig zoals uitgewerkte gedachten zijn. De inhoud verontrust me soms. Dan weer stelt het mij gerust. Ze verleidt mij zonder dat ze dat doet, door haar ongrijpbaarheid vooral. Ze is openhartig en toch verdwenen. Het is ook een spel van afstanden; tegelijkertijd dichtbij en veraf. Vaak denk ik, wacht, wat betekent dit? Ik zoek houvast in de titel, herlees het gedicht en ben betoverd door wat er staat, verbaasd ook en verblind. Na wat tellen denk ik te begrijpen. Denk na hoe het bij mij is in deze laag van bewustzijn. Het raakt aan het woordeloze gevoel, dat nog geen vorm aangenomen heeft. Na het lezen kijk ik anders naar mezelf en de ander. Door de bril van Mila Fertek op te zetten, is er een vorm van hypocrisie aan duigen gevallen. Dat ruimt op.
Antipode, de tegenvoeter, vindt Mila in zichzelf.
Mila Fertek
Publicaties:
Het Fijne Leven Dat Mij Wacht, uitgave bij de Contrabas, 2007
Latere Overtuigingen & Inzichten, Uitgeefhuis de Manke God, 2017
Licht Uitgeefhuis de Manke God, 2020
Antipode: Heimwee Naar Wie Ik Nooit Ben Geweest
HIER BINNENKORT: HET LANGVERWACHTE INTERVIEW MET DE GELAUWERDE DICHTERES MILA FERTEK / door Maya Lensink
Voor nu een zieleuiting Elisabeth Leenschat van Bodegraven waarin zij de grootheid van Mila Fertek ten volle beseft:
ZEVENENDERTIG IN MAART
1
Mevrouw Leenschat van Bodegraven staart in het dikke grijs van de tuin
Zelfs het tuinhuis van Mila is nog maar nauwelijks te onderscheiden
De mist
Die al voor dagen heerst
Mist zelfs maar de geringste intentie te willen wijken en blijft
Koppig en hardnekkig
Hangen over de kop van Het Kleine Vaderland
Mevrouw Leenschat van Bodegraven heeft haar leesbril afgezet
Wendt haar blik van het grote raam
Legt het typoscript van Mila naast zich op het bijzettafeltje
Om eens diep te zuchten
Werkelijk Elisabeth
Mompelt mevrouw Leenschat van Bodegraven
Het is ongekend
Gaat elke beschrijving
Hoe welwillend lovend ook
Ver te boven
Hartverscheurend
Openhartig
Beklemmend en bevrijdend tegelijkertijd
Aards en filosofisch in een enkele ademtocht
Bescheiden alsook hoogdravend
Maar toch ook weer niet
2
Mila heeft de taal
Het onbegrepen schitterende Nederlands
Ingezet voor geen ander doel dan het subliem verhelderen van haar denken
Van haar wezen
Onrustbarend en geruststellend
Het kan niet anders zijn
Mevrouw Leenschat van Bodegraven meent ten stelligste dat de goden
Eensgezind
Hun zegen over Mila hebben uitgesproken
Even sluit mevrouw Leenschat van Bodegraven de immer warme ogen
Zo intens als maar mogelijk is laat mevrouw Leenschat van Bodegraven de Calvados
Van superieure kwaliteit
Lichtjes golven over haar tong
En nogmaals denkt zij
Ongekend
Ongekend
In het tuinhuis
Links van de kastanje
Ís een meesterwerk geschreven
Door een beeldschone jonge vrouw van zesendertig
Mila Fertek
Zal
Zal zij u eens verhalen van haar grote liefde
Zal zij dat eens doen zij die in een boomgaard staat
Een boomgaard in mei
Waar haar armen reiken lieflijk
Naar de ranke takken die vol bloesem zijn
Dat achter haar het gras wuift zal zij het u
Zal zij het u vertellen hoe ze was en droomde
Op die ochtend dat het zo mild was en de lucht
Boven haar zich uitstrekte tot een
Blauwe rimpelloze spiegel en hoe haar haar
Glanzend neerhing op haar schouders
En het jurkje dat ze droeg die tere stof
Zij kan het u vertellen zij kan het
En dat ze ogen had onschuldig die vervulling
Zochten in alles wat godinnen maken kunnen
Uit: Latere Overtuigingen & Inzichten
Recensies :Herbert Mouwen, Mila Fertek ; een onbekende vrouw die onbekend blijft, Meander
En ik lach schaterend en de oude Indiase vrouw lacht ingetogen maar heel vrolijk met Mij mee
Deze bloemen zijn heel mooie bloemen
Ik heb ze gekocht van een oude Indiase vrouw
Wier taal ik niet spreek
Toch zei ik haar ga zitten hierbuiten voor het
Huis in de warme zon dan maak ik een kopje
Thee voor u
De oude Indiase vrouw ging zitten en begreep
Mij helemaal
Vijf minuten later was ik terug met twee
Dampende mokken thee in mijn handen
Ik zette ze op het tafeltje neer en ging naast
Haar zitten
Zo zitten we lekker zei ik en even sloot ik de
Ogen om de geur van de mooie bloemen goed
Tot mij te kunnen nemen
Ze ruiken heerlijk mevrouw zei ik terwijl ik
Mijn ogen weer opende
En de oude Indiase vrouw knikte en glimlachte
Vriendelijk
Zij draagt een forse herenbril de oude Indiase vrouw
En haar gebit is volkomen authentiek
Voorzichtig de mok gloeiend hete thee in haar handen
Houdend en haar hoofd ernaartoe buigend slurpt ze
Uit de dampende mok
Kent u Bach mevrouw zeg ik de deur staat toch open
En de thee is nog lang niet op wacht ik zal u Ich Ruf???
Zu Dir, Herr Jesu Christ laten horen
Even opnieuw ben ik weg en in de huiskamer zet ik
De langspeelplaat op en spoed mij weer naar buiten
Dat is Bach mevrouw zeg ik net zo mooi als uw
Prachtige bloemen die ook nog zo heerlijk ruiken
En van Bach weet ik dat zo net nog niet
In de wind van juli naar augustus
Het is avond en de wind van juli naar augustus is stilgevallen
Een jonge vrouw in feite een meisje nog maar al reeds ruim
Voorzien van de rijpe vormen die bij velen begeerte oproept
Zit op een keukenstoel in de snel duisterende tuin
De jonge vrouw eigenlijk een meisje nog denkt na en haar
Ellebogen rusten op haar knie??n en haar kin rust op haar
Opengevouwen handen die bovendien haar wangen omvatten
Na denkt zij over de verschroeiende liefdes die haar leven
Niet zullen doen verteren en wellicht spoedig al
Het bed vreest zij niet integendeel maar wel de uren dagen
Weken maanden jaren lustra en decennia die zouden
Volgen kunnen die vreest zij maar al te zeer
Daar is zij veel te ongedurig voor meent de jonge vrouw
Eigenlijk een meisje nog en niet lang zal zij bij welke grote
Liefde dan ook blijven kunnen zo voelt zij dat aangezien
De jonge vrouw wellicht een meisje nog zo is geaard
Veel pijn en verdriet zal zij onderweg veroorzaken want ik ben
Van de liefde meent ze en niet van het verstikkende blijvende
Zij die mijn onversneden liefde ten deel zullen vallen kunnen
Alleen mijn kinderen zijn mijn kinderen die ik met man
Noch vrouw delen zal
Het is vrijwel donker nu en de jonge vrouw eigenlijk een meisje
Nog neemt een flinke slok uit het glas met zware bodem waarin
Zij zich een driedubbele bourbon heeft ingeschonken en
Bedachtzaam neemt zij vrijwel tegelijkertijd een fikse teug van
Haar joint en luistert naar de merel die gestopt met zingen is
Het voorbereidende werk is gedaan en voor het werk
Dat nu volgt is zingen niet werkelijk noodzakelijk meer
https://www.dwbarchief.be/uitgave/2006/4/jan-lauwers/mila-fertek/het-fijne-leven-dat-mij-wacht.html
Hoe een en ander ingewikkeld kan zijn voor vrouw en man
Zij heeft hem geslagen
Hij heeft haar pijn gedaan
Dat vindt zij
Hij vindt dat niet
Zij krabt hem overal
Hij gooit haar tegen de stoeprand
Dat vindt zij
Hij vindt dat niet
Zij heeft hem uitgescholden
Hij draait zich bijna om
Dat vindt zij
Hij vindt dat niet
Zij drijft een klauwhamer in zijn achterhoofd
Hij zakt in elkaar
Dat vindt zij
Hij vindt dat niet
Zij schopt hem in de rug
Hij valt als een blok voorover
Dat vindt zij
Hij vindt dat niet
Zij spuugt hem in de nek
Hij laat straaltjes bloed lopen uit zijn mond
Dat vindt zij
Hij vindt dat niet
Mila Fertek is geboren in 1988 te Alkmaar. Nog even en ze is drie-en-twintig. Zij behoort tot de vierde generatie van Oosteuropese immigranten, een immigratiestroom,
die rond 1900 begonnen is.
Mila is de oudste dochter van een welvarende zakenman. Ze groeide op in de pittoreske, gemoedelijke kaasstad, waar ze naar het gymnasium ging en uit de openbare
bibliotheek veel leesvoer naar haar slaapkamer meenam, dat ze las met een gretigheid, die menigeen zou overompelen, maar zij bleef er evenwichtig onder en las verwoed door. Van jeugdboeken tot de
mooiste wereldliteratuur.
Zo las ze o.a.: Kavafis, Pessoa, Pavese, Rimbaud, Jotie T'Hooft, Fritz Kocher, Leopardi, Léautaud, Whitman en Rilke. Ze was extra psychisch vroegrijp door dat
sponsachtig opnemen van de groten der aarde.
Ze onderhield geen vriendschappen, wat gezien haar leeswoede ook niet mogelijk was, maar wat wel een groot offer moet zijn geweest voor een jonge meid, die toch ook
wel eens uit de band wil springen en feestvieren met leeftijdsgenoten in kroegen en dancings.
Op het enige pasfotootje van haar op internet zie ik een fragiele jongedame met bruine krulharen en gesloten ogen, wat kan duiden op een staat van een totale
ingekeerdheid. Introvert zal ze zeker zijn, gezien haar lees- en schrijfhonger.
Misschien is ze nu een studente aan de Universiteit van Amsterdam en woont ze ergens met anderen in een studentenhuis, ik kan me die gang van zaken goed voorstellen
gezien haar grote talent voor woordkunst, ze zal Taal en Letterkunde studeren vermoed ik, maar dat weet ik niet zeker.
Ze schrijft nu al zo'n zeventien jaar, dus ze heeft al een behoorlijke staat van dienst.
Ze voelt zichzelf zeer verwant met de dichteres Fritzi Harmsen van den Beek.
Dat ze al zo jeugdig op een hoog dichtniveau zat, heeft ze gemeen met vele van haar roemrijke voorgangers, waarlijk talent barst vroeg open, je kunt het zien als
oude zielen, die in een stroomversnelling raken.
Ze behaalde in 2006 haar gymnasium-diploma en in datzelfde jaar stuurde ze haar dichtwerk naar de BnM-uitgevers, die haar vroegen om eerst wat naar 'D.W. &
Belfort' te sturen, wat ze deed en het werd gepubliceerd.
Een half jaar later verscheen haar debuutbundel 'Het fijne leven dat mij wacht' bij BnM-uitgevers. Het bleek meteen een literair succes met talloze loftuitingen van
bekende recensenten en natuurlijk veel zinderende beloften voor haar toekomst.
Na vijf jaar mag die tweede bundel wel eens verschijnen, maar ja, daar hebben we wel haar wilskracht voor nodig; dat het erin zit, dat betwijfel ik niet, trouwens,
al duurt het nog tien jaar, dat is evengoed okay.
https://www.nederlands.nl/nedermap/beschouwingen/beschouwing/125604.html
OPENBARE VOORDRACHTEN MILA FERTEK
Link:
https://decontrabas.typepad.com/de_contrabas/2006/11/optreeddebuut_m.html